Mijn relatie met de Godin

Voor mij staat mijn godsbesef voor de scheppende kracht van het leven, de stromende creativiteit, de bron die nooit opdroogt. (Ik besef en waardeer overigens ook de vernietigende, afbrekende kracht.) Binnen mijn paganistische pad krijgt dat godsbesef voornamelijk vorm in de Grote Godin. Maar omdat zij zo ontzagwekkend en veelomvattend is, richt ik me in mijn gebeden, thuisretraites en jaarfeestvieringen veelal tot aspecten van haar, die gestalte krijgen in godinnen uit diverse pantheons.

Ja, dat mag je volgens mij wel eclectisch noemen! Ik weet dat er bezwaren zijn tegen al te veel godinnen en goden uit verschillende culturen mixen. Toch bevalt het mij goed. Ik heb al sinds mijn middelbareschooltijd een sterke affiniteit met Griekse mythologie en godheden. Mijn lievelingsleraar klassieke talen kon prachtig vertellen over de oud-Griekse verhalen, de etymologie en de cultuur. Gustav Schwabs Griekse Mythen en Sagen heb ik letterlijk stukgelezen.

Jarenlang had ik echter niet veel op met het goddelijke aspect van hekserij. Ik vond het te zweverig, te fluffy. Een duidelijk godsbeeld had ik gewoon niet. Mijn katholieke achtergrond maakte niks uit, ik ben niet opgevoed met geloof in iets goddelijks. Of misschien sloeg het gewoon niet bij me aan. Als klein meisje las ik de kinderbijbel omdat ik nou eenmaal een boekenwurm was en ik de verhaaltjes mooi vond. Toen ik eind 30 was, liet ik me uit woede over de misstanden in de katholieke kerk uitschrijven. En binnen het paganisme bleef ik ‘steken’ bij het mannelijk en het vrouwelijk principe, maar dat vertaalde zich voor mij nog niet tot de God en de Godin.

Naarmate ik echter meer bezig raakte met hekserij, begon het religieuze gevoel zich te roeren. Op een dag twaalf jaar geleden, toen ik in een moeilijke periode zat, gebeurde er iets bijzonders. Ik was uitgeput en voelde me diepbedroefd, en toen vroeg ik om kracht. ‘Ik heb kracht nodig’, zei ik drie keer uit de grond van mijn hart. Seconden later vielen me een paar heel heldere, bekrachtigende gedachten te binnen. Alsof er een gebed verhoord was. Dat was opmerkelijk. Te meer omdat ik het beeld van de Keltische godin Brigid steeds erbij ‘voelde’.

Van lieverlee werd ik door meer godinnen geroepen. Hestia kwam me opzoeken, en hoewel je Maria technisch gesproken geen godin kunt noemen, heb ik wel een speciale band met haar. (Is dat een restantje katholicisme of is Maria een uitvloeisel van de Grote Godin? Wie het weet mag het zeggen…) Ook Hekate en Athena lieten van zich horen. En toen ik bezig was met een herinneringsboek over mijn voormoeders, kreeg ik contact met Freya. De concepten drievuldige godin en Triple Moon spreken me eveneens sterk aan.

Toch twijfelde ik nog aan het bestaan van godheden als entiteiten. Waren het niet veeleer archetypen? Representanten van verschillende aspecten van mensen, van mij? Mijn rationele en analytische mind wilde er gewoon niet helemaal aan. Was het niet domweg allemaal verbeelding? Maar is verbeeldingskracht niet ook onmisbaar voor magisch denken? Zo worstelde en weifelde, wikte en woog ik. Ik noemde mezelf agnostisch. Want ik wist het werkelijk waar niet.

Maar recentelijk is dat gekanteld. Ik las boeken over intuïtieve ontwikkeling en God en creativiteit en er ‘klikte’ iets van binnen. ‘Ja, als je God(in) kunt opvatten als de bron van alles wat leeft, en als de creatieve stroom, daar kan ik wel wat mee’, schreef ik in mijn dagboek. Het leek wel alsof ik mezelf toestemming voor een godsbesef had gegeven.

Sedertdien kom ik er voor mezelf en mijn man rond voor uit dat ik contact heb met het goddelijke. Ik roep de Godin aan of keer gewoon in mezelf in om te zien wie van de dames er genegen is tot een dialoog. Want dat is bidden voor mij: een dialoog met de Godin. Zij spreekt tot mijn ziel en ik praat terug. (Hardop, ja, dus ik zorg er altijd voor dat mijn deur tijdens een gebedje dicht zit – zodat mijn huisgenoten niet denken dat ik helemaal van lotje getikt ben. 😁)

De keren dat ik buiten ben, ervaar ik haar als Moeder Natuur. Dan hoor ik haar praten in de ruisende bladeren, de piepende meesjes en het weer. Binnenshuis kan ik iets doorkrijgen van Hestia als ik huishoudelijk bezig ben of een kaars op mijn altaar aansteek. Of ik heb ineens behoefte om een gedicht annex gebed te schrijven. Enkel ‘dank je wel’ naar boven roepen kan al genoeg zijn om een gesprekje op gang te krijgen.

Sinds ik bid, is de Godin in welke gedaante dan ook niet langer enkel een archetype. Voor mij is ze springlevend. Van afvallige katholiek via ongelovige Thomas tot biddende crone, het kan verkeren…
En waar blijft de God in deze geloofsbelijdenis? Daarover vertel ik een andere keer.

© TextHex 2024