Toverij processen in Schiedam.

Schiedam kent een geschiedenis van scheepvaart en jenever. Maar ook van toverij-processen. En van 2 dappere dames namelijk Neeltgen Andries en Marytje Arendsdr.

In 1591 werden deze twee vrouwen verdacht van kwade toverij (ik ben het woord hekserij nergens tegengekomen in de archieven). Pas in 1593 volgde vrijspraak in hun proces. En werd de wetgeving m.b.t. martelen om een bekentenis te krijgen, veranderd in het gewest Holland.

Ik heb sinds 2019 onderzoek gedaan naar de toverij processen. In 2023 is mijn petitie aangenomen door Burgemeester en Wethouders en is er op 8 maart een gedenktegel onthuld voor de twee dames. Daarnaast heb ik de kans gekregen om gedegen onderzoek te doen samen met Merel van der Vaart. Merel is stadsconservator bij het Stedelijk Museum Schiedam. We zijn in het Schiedamse archief gedoken en hebben originele wetboeken bekeken en geprobeerd te lezen. Want 16e eeuws Hollands is niet gemakkelijk. Ook zijn we naar het Nationaal Archief in Den Haag geweest. De uitspraak in de zaak van Neeltje en Marytje was zo bepalend voor de jurisprudentie dat zelfs in de 17e en 18e eeuw hun proces werd uitgeplozen en opgeschreven, In het archief vonden we dus twee verslagen van 2 advocaten uit verschillende tijdsperiodes. En de originele uitspraken uit de 16e eeuw. (Dit vertellen we in onze podcast genaamd Heksen in Schiedam)

Ook zijn we naar de Gevangenpoort in Den Haag gegaan. Daar hebben Neeltje en Marytje ruim 2,5 jaar opgesloten gezeten om hun onschuld te bewijzen.

En dat moet ik misschien even uitleggen. Neeltje/Neeltgen en Marytje zijn in januari 1591 een purge zaak gestart. Een purge zaak hield in dat je jezelf vrijwillig liet opsluiten. Je dwong zo om de aanklagers en getuigen opnieuw naar de schepenbank/overheid te gaan en opnieuw te getuigen over het feit dat je een vermeende toveres was. In Holland zijn er in die tijd maar 24 purge zaken geweest, en twee daarvan zijn dus door Neeltje en Marytje gestart. De purge zaak moest je aanhangig maken bij het Hof van Holland in Den Haag. En zo dwong je ook het Hof van Holland de zaak opnieuw te bekijken. Vaak mocht je een purge zaak in vrijheid afwachten, maar bij Neeltje en Marytje loopt dit anders. Er zat ook een risico aan ter purge gaan, als men toch vond dat je verdacht was dan zat je al in hechtenis. En kon je purgezaak dus omgezet worden in een strafzaak. Dit gebeurde ook bij Neeltje en Marytje.

Tijdens het onderzoek voor de podcast heb ik ook Manon van der Heijden, hoogleraar bij de Universiteit van Leiden ( de oudste universiteit in Nederland en ook tevens de plek waar in de periode 1591/1593 hard werd gediscussieerd over het feit of martelen in toverij processen tot juiste bekentenissen zou leiden. En of de duivel echt zoveel invloed op iemand kon hebben). Zij heeft een zeer interessant boek geschreven over vrouwen en criminaliteit in de 16e eeuw. Ook heb ik Steije Hofhuis geïnterviewd, historicus en gespecialiseerd in Europese heksenvervolgingen. Daarnaast zijn er nog andere deskundigen te horen in de podcast.

Merel en ik startte de zoektocht met het idee dat vrouwen die van toverij beschuldigd werden in Holland altijd op de brandstapel zouden eindigen zonder een vorm van proces. Dat het vaak oude vrouwen waren of vroedvrouwen of sterke vrouwen, of vrouwen aan de rand van de maatschappij. Dat het misschien wel een vorm van onderdrukking was en dat de kerk misschien ook een rol speelde. Hierop kan ik volmondig nee zeggen.

We zijn in onze zoektocht in de archieven een stadsbestuur tegen gekomen wat met de handen in het haar zat, er was een roep vanuit de plaatselijke bevolking. De bevolking wilde bloed zien. De baljuw was niet corrupt, zoals in sommige andere steden wel was. En er was een rechtssysteem wat goed functioneerde. Wel was er klassenjustitie, mensen met geld hadden meer mogelijkheden dan armere mensen. Martelen werd, hoe verschrikkelijk ook, gedaan volgens de letter van de wet. Er waren verschillende mogelijkheden tot verdediging. Neeltje en Marytje hadden ook twee goede advocaten. Neeltje en Marytje stonden midden in de Schiedamse maatschappij. Neeltje had haar eigen zaak als houtkoopster en Marytje stuurde een team van knechten aan en was een huiswyf en getrouwd, beter gezegd een huismanager. De kerk is in de 16e eeuw niet in beeld geweest in toverij-processen. Het waren allemaal wereldlijke rechtbanken. En Neeltje en Marytje waren geen kruidenvrouwtjes, of vrouwen met extra interesse in maanstanden etc. Het waren Christelijke vrouwen. Ook de Malleus Maleficarum heeft niet op het bureau van de baljuw gelegen. Men had een eigen rechtspraak, en bij vragen nam men contact op met juristen van het Hof van Holland. Schiedam had een stedelijke vroedvrouw die samenwerkte met de stadsgeneesheer.

Om dit beter uit te leggen neem ik jullie mee naar het proces van Neeltje en Marytje.  Maar eerst vertel ik meer over de toverij processen in de periode 1556/1592. Helaas zijn er wel dodelijke slachtoffers gevallen. In 1556 worden Marye Heinen, Trijn Jansdr. en Griete Dircken ter dood veroordeeld en ter dood gebracht op de brandstapel. Marye is in 1541 ook al een keer verdacht, echter weet ze haar verdachtmaking succesvol aan te vechten bij het Hof van Holland. In 1585 worden Marya Spits, Lysbeth Anthonisdr. Anna Knappert, Elsie Reyersdr en Anna Jorisdr. verdacht van toverij en krijgen zij de doodstraf. Ze vinden de dood op de brandstapel. 1 van de vrouwen vindt de dood in haar cel door zelfmoord. In 1585 wordt Griettie Watelaers vervolgd voor toverij en in de ban gedaan. Voor 25 jaar wordt zij verbannen uit Schiedam. Verbanning was eigenlijk een sociale doodstraf. In 1591 wordt Dieuwe(r) Deckers verdacht van toverij. In een paar boeken over toverij processen in Holland wordt gesteld dat Dieuwe(r) een vrouw is. Echter toen ik en Merel in het archief gingen zoeken kwamen we er achter dat Dieuwe(r) een man was. Hij vindt de dood, echter is niet duidelijk of hij de doodstraf krijgt of zelfmoord pleegt in zijn cel.

In 1592 overlijdt Anna Hondert Theunen tijdens haar proces. Zij is een mede-verdachte in de zaak van Neeltje en Marytje. Zij is echter al op hoge leeftijd ten tijde van haar arrestatie. Ze wordt in Schiedam, maar ook in de Gevangenpoort in Den Haag verhoord. Ik en Merel vonden wel iets bijzonders in de notulen van de schepenenbank en baljuw. Want de scherprechter wordt ontboden naar Schiedam, maar er staat expliciet in de archiefstukken dat de baljuw genade toont en Anna Hondert Theunen niet gemarteld zal worden. In november 1591 overlijdt Anna Hondert Theunen, haar schoonzoons hebben de baljuw gevraagd of ze vanwege haar slechte gezondheid thuis mag sterven. De baljuw staat dit toe en Anna overlijdt in het bijzijn van haar familie. Helaas kan zij geen Christelijke begrafenis krijgen, ze is niet vrijgesproken op het moment van overlijden en wordt daardoor op het Galgenveld begraven.

 

Het proces van Neeltje en Marytje:

Neeltgen Andries is getrouwd met Maerten Pouwels. Maerten Pouwels is welgesteld en hij en zijn vrouw zijn poorters van de stad. Maerten bezit een haringschip en is stuurman en daarnaast koopt hij een paar keer grond in Schiedam, laat er huizen opbouwen en verkoopt ze met winst. Na een aantal jaar begint hij samen met Neeltje een houthandel. In 1587 wordt Neeltje verdacht van het ziek toveren van een buurmeisje. En er is een hardnekkig gerucht dat Neeltje iets te maken heeft met de miskraam van Maartgen Queps. Het stadsbestuur onderzoekt de zaak en op 26 oktober wordt er door een stadsomroeper een verklaring van het stadsbestuur voorgelezen waarin gesteld wordt dat Neeltje helemaal niets te maken heeft met toverij en dat de straatmare (roddel) en achterklap moet stoppen. In 1591 komt opnieuw het gerucht m.b.t. Maertje Queps omhoog, samen met nog een aantal verdachtmakingen. Neeltje wacht niet af en gaat ter purge bij het Hof van Holland. In januari 1591 laat ze zich vrijwillig opsluiten in de Gevangenpoort, samen met Marytje Arendsdr.

Marytje wordt in 1589 verdacht van het ziektoveren van een buurmeisje, de moeder van het meisje lokt Marytje naar hun huis en dwingt Marytje om het kind te zegenen/onttoveren. Marytje laat een verklaring opstellen bij de baljuw met een aantal getuigen dat zij gedwongen werd om het zieke meisje te zegenen. Anna Hondert Theunen zou Marytje geholpen hebben. Het zegenen werd gezien als een soort van onttoveren, en natuurlijk een bekentenis van de toveres in kwestie. Marytje laat op een gegeven moment haar water naar Delft brengen om dit te laten bekijken door Swarte Broer Jan. Dit doet zij niet zelf, vanwege het gevaar laat ze haar buurvrouw de urine naar Delft brengen. Swarte Broer Jan wordt later in het archief genoemd als Neeltje op een boot een houtlading in ontvangst neemt en zij iemand confronteert met het geroddel over haar. De roddelaarster begint te lachten en zegt dat Swarte Broer Jan heeft verteld hoe het zit. Swarte Broer Jan was een bekende specialist in onttoveren uit Delft.

Er is een verklaring dat Neeltje, Marytje , Anna Hondert Theunen en nog twee vrouwen hebben gedanst op het Broertjesveld, met duivels in mensengedaante. Er zijn nog meer verdachtmakingen tegenover Neeltgen en Marytje. In maart wordt Anna Hondert Theunen opgepakt samen met Anna Claasdr en Bay Buyes. Ondertussen heeft de baljuw regelmatig contact met de officier van het Hof van Holland, omdat de baljuw niet goed meer weet wat hij met de zaken aanmoet. Pas op 24 februari 1592 oordeelt het Hof van Holland dat Neeltje en Marytje gemarteld mogen worden in het onderzoek. De advocaat gaat direct in beroep bij de Hoge Raad en de zaak wordt aangehouden. Neeltje en Marytje moeten in enorme onzekerheid gezeten hebben. Op 4 juli 1592 besluit de Hoge Raad (van Zeeland, Holland en West-Friesland) dat het onderzoek helemaal opnieuw gedaan moet worden. Getuigen moeten opnieuw gehoord worden en er moet plaatselijk onderzoek gedaan worden. 2 Hoge Raadsfunctionarissen reizen af in de zomer naar Schiedam en doen het onderzoek nog eens dunnetjes over. Wat opvalt is dat er in de archiefstukken door de Hoge Raad benadrukt wordt dat het onderzoek zeer zorgvuldig plaats moet vinden, aangezien het om een belangrijke zaak gaat. Het zal nog ruim een jaar duren voordat de Hoge Raad oproept tot vrijspraak. Ondertussen overlijdt de man van Neeltje en moet zij vanuit de Gevangenpoort haar erfdeel veilig stellen.

Maar op 8 juli 1593 is er de vrijspraak voor Neeltje en Marytje.

Hun uitspraak is (mede met een paar andere zaken) belangrijk voor de discussie om de jurisprudentie m.b.t. toverij processen aan te passen.

Dit is een korte schets. In de podcast die ik en Merel gemaakt hebben Heksen in Schiedam – Stedelijk Museum Schiedam is er een uitvoeriger uitleg. En zijn ook verschillende deskundigen te horen. Ook in de Gevangenpoort wordt aandacht besteed aan Marytje en Neeltje. In de audiotour wordt bij de Vrouwenkamer iets verteld over de twee dames.

Ook op Wikipedia hebben we geprobeerd een zo duidelijke uitleg te geven over de processen van Neeltje, Marytje en Anna Hondert Theunen.