Hoge berg

Hoge berg
De godinnen die in deze gebieden werden geëerd waren Fostare en Tanfana. Tanfana is een Germaanse godin waar veel over bekend is, vooral door de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Bijzonder is dat een Texelse legende vertelt over de Sommeltjes, kleine mannetjes die ‘s nachts uit de Sommeltjesberg (een grafheuvel) komen. Tanfana had aardmannetjes in haar gevolg.

Contact details

Openingstijden

Adres

Hoge Berg Texel Doolhof Den Burg Nederland

Het ontstaan van Texel

Tijdens het Saalien, de voorlaatste ijstijd, hebben de gletsjers voor stuwwallen gezorgd. Toen het ijs zich terugtrok, bleven er grote keileembulten achter die ons land mede vorm gaven. Ze zijn te vinden in Drenthe, in Gaasterland, op Wieringen en ook op Texel. De keileembulten, die ook wel eindmorenen genoemd worden, bestaan uit grote keien, kiezels en leem.  Het eiland Texel is ontstaan uit zo’n keileemheuvel. Sterker nog, de hele vorm van Waddenzee en andere Nederlandse waddeneilanden is erdoor bepaald. Omdat ‘Texla’ in de vroege Steentijd nog een schiereiland was, konden de bewoners van Drente en Friesland naar dit gebied trekken. Deze stammen waren nomadisch en volgden het wild. De oudste bewoners waren Neanderthalers, daarna volgden de rendierjagers. Op de Hoge Berg, in het ‘Oude Land’ van Texel, zijn archeologische vondsten gedaan die dateren van 8000 jaar voor Chr. Ook zijn er een aantal grafheuvels ontdekt. Er zijn zelfs ‘kuilenkransen’ gevonden, die kunnen wijzen op een ‘Woodhenge’, de houten variant van Stonehenge.

 

De Doolhof

In het zuiden van de Hoge Berg bevindt zich een bosje dat ‘De Doolhof’ genoemd wordt.  Een rijke Amsterdamse ‘commissaris en commies ter recherche in dienst van de Admiraliteit’, Cornelis Roepel, hier in 1764 een lusthof heeft gemaakt, van waaruit je een prachtig uitzicht op de Rede van Texel had. De VOC schepen hadden hier hun laatste pleisterplaats, waar water en proviand werd ingeslagen voordat de grote reis naar de Oost begon.

Vanaf De Doolhof kon je zien welke schepen er aan hun tocht begonnen, om hopelijk rijk beladen met specerijen of walvistraan terug te keren. Roepel verkocht het in 1784 aan de heer Kikkert, die het landgoedje uitbreidde met een Labyrint, een Sterrenbosje en een Belvedere. Tegenwoordig is dit alles verdwenen en wandel je door een niet erg goed onderhouden bosje. Je vind er nog overal afslag; stukjes vuursteen die overbleven bij het maken van vuistbijlen. Er is een heuveltje, dat opvallend oprijst uit de rest van het bosje.